Man slingert drie weken oude baby rond (Gun mij 10 minuten met hem in 1 cel)
(Novum) – De politie heeft een 40-jarige Hagenaar opgepakt omdat hij zijn ex-vriendin had mishandeld en hun drie weken oude baby door elkaar had rondgeslingerd. De melding van de mishandeling kwam rond 20.45 uur binnen.
In de woning van de 26-jarige vrouw bleek dat de man zwaar beschonken was en in de keuken zat. Hij verzette zich hevig toen de agenten hem wilden aanhouden. Hij is opgesloten. Zijn ex-vriendin heeft aangifte gedaan.
(Gun mij 10 minuten alleen met hem in 1 cel!!)
LJN BL0681, Rechtbank Utrecht, FA RK 09-9511 – 352593 Teruggeleiding naar Guatemala
Kinderontvoeringszaak; beroep op art. 13 lid 1 sub b HKOV: ernstig risico dat het kind door zijn terugkeer wordt blootgesteld aan een lichamelijk of geestelijk gevraar, dan wel op enigerlei andere wijze in een ondragelijke toestand wordt gebracht. Ontvoering vanuit Guatemala.
De rechtbank overweegt dat, mede in het licht van de restrictieve uitleg die gelet op het doel en de strekking van het Haagse Verdrag aan de in dit verdrag opgenomen weigeringsgrond(en) moet worden gegeven, de algemene situatie in een land in beginsel niet tot het oordeel zal leiden dat een kind door terugkeer naar dat land zal worden blootgesteld aan een lichamelijk of geestelijk gevaar, dan wel op enigerlei andere wijze in een ondragelijke toestand wordt gebracht. Steeds zal dan ook op basis van naar voren gebrachte individuele feiten en omstandigheden moeten worden onderzocht of de weigeringsgrond van artikel 13 lid 1 sub b van het Haagse Verdrag zich voordoet. Slechts in uitzonderlijke situaties van bijvoorbeeld oorlog of wetteloosheid zouvan een prima facie blootstelling van het kind aan gevaar kunnen worden gesproken. Naar het oordeel van de rechtbank is blijkens het verhandelde ter terechtzitting en het dossier de algemene situatie in Guatemala niet dusdanig onveilig dat terugkeer van de minderjarige reeds hierom niet kan worden gevergd. Vervolgens zal nagegaan moeten worden of de naar voren gebrachte individuele feiten en omstandigheden tot de conclusie leiden dat sprake is van voornoemde weigeringsgrond. De rechtbank komt tot de conclusie dat dit in casu niet het geval is. Verzoek tot teruggeleiding wordt toegewezen.
Voor de gehele uitspraak: http://jure.nl/bl0681
Asscher: Schaf Kinderbescherming af
„Zij doen precies hetzelfde onderzoek in gezinnen als ook al door de Jeugdzorg wordt gedaan. Als de Raad er niet meer tussen zou zitten, zou elk onderzoek veel sneller gaan, het zou zeker acht weken schelen”, aldus de Amsterdamse PvdA-prominent in Vrij Nederland..
Baby en peuter in snikhete auto achtergelaten
LEIDSCHENDAM – De politie moest er aan te pas komen toen twee kinderen van zes maanden en anderhalf jaar in een auto met draaiende motor waren ontdekt.
De ouders waren boodschappen gaan doen en hadden hen achtergelaten, schrijft het AD.
Blower en verwarming van de auto stonden op de hoogste stand. Volgens de vrouw die het tweetal had ontdekt, hebben ze drie kwartier in de auto gezeten en stond het zweet op hun voorhoofd.
Net toen de agenten het duo wilde meenemen, kwamen de ouders er aan. Hun excuus: drukte bij de kassa. ,,En daar kunnen wij toch niets aandoen,” aldus de ouders. (PO)
‘Officieren van Justitie hebben geen last van hun fouten’
Dat concluderen de makers van het VARA-programma Zembla in de uitzending van zondagavond, ‘Officieren van justitie in de fout’. Aan de hand van negentig strafzaken legden zij een lijst aan van evenzoveel officieren, die ondanks gemaakte fouten hun werk konden blijven doen. Door die fouten liepen zaken stuk of belandden mensen onschuldig in de cel. OM-topman Harm Brouwer spreekt in de uitzending tegen dat falende officieren van justitie in alle gevallen vrijuit gaan.
Brouwer: „Als de fout ernstig is, zullen wij een intern onderzoek gelasten. Als er aanleiding is om op te treden, dan gebeurt dat, op de officier gericht.” Volgens Brouwer worden er disciplinaire maatregelen opgelegd binnen het OM, „als dat aan de orde is”. Brouwer voelt er niet voor om publiek te maken welke disciplinaire maatregel er in individuele gevallen wordt getroffen.
Het Openbaar Ministerie kwam dit weekeinde al met een reactie op de uitzending van Zembla, waarin wordt gesteld dat de programmamakers niet zorgvuldig zijn geweest. Bij het aanleggen van de lijst met falende officieren zouden zij rechterlijke uitspraken onjuist hebben geïnterpreteerd, waardoor onterechte verwijten aan het OM en individuele officieren worden gemaakt. „Iets wat in de media als een verwijtbare fout wordt beschreven, hoeft dat in de praktijk nog niet te zijn”, aldus het OM.
De SP wil een onafhankelijk onderzoek naar aanleiding van de bevindingen die Zembla heeft gedaan. „Keer op keer wordt de samenleving geconfronteerd met blunders van Justitie. Dit schaadt het vertrouwen in de rechtsstaat”, stelt Tweede Kamerlid Arda Gerkens (SP). Zij wil dinsdag in het vragenuur de minister van Justitie verzoeken het onderzoek op korte termijn te laten uitvoeren.
Bron: http://www.telegraaf.nl/binnenland/5924470/___Officier_heeft_geen_last_van_fout___.html?p=30,2
Probleemjeugd uitgebuit op buitenlandstage
AMSTERDAM - Jongeren die door jeugdzorginstellingen naar het buitenland worden gestuurd, werken daar soms bijna de hele week, onbetaald, 14 uur per dag. Er zijn projecten die het principe hanteren ‘als je niet werkt, krijg je geen eten’, wat in strijd is met de rechten van het kind. Ook worden gastgezinnen niet altijd goed gescreend, waardoor de probleemjongeren te maken krijgen met gastouders die uit onmacht schreeuwen en schelden.
Dat blijkt uit een onderzoek van de Inspectie Jeugdzorg, dat woensdag werd geopenbaard. Het rapport lag al een jaar op de plank. Volgens een inspectiewoordvoerder wilde de Inspectie Jeugdzorg minister Rouvoet (Jeugd) de tijd geven ‘zijn richting te bepalen’. Het is niet gebruikelijk dat inspectierapporten zo lang geheim blijven.
Eenderde van de jeugdzorgaanbieders heeft programma’s in het buitenland, die kunnen variëren van twee weken onder begeleiding survivallen tot een half jaar werken bij een boer. De meeste kinderen gaan naar Frankrijk, maar er zijn ook projecten in België, Oostenrijk, Polen, Engeland, Schotland en Denemarken.
In 2007 ging het in totaal om 331 jongeren, meestal tussen de 12 en 18 jaar oud. Zij hebben vaak zware problemen en worden naar het buitenland gestuurd om uit hun negatieve omgeving weg te zijn en aan hun gedrag te werken.
Volgens professionals die de inspectie heeft gesproken, worden gastgezinnen niet altijd goed gescreend. Daardoor kan het gebeuren dat gastouders de jongeren pedagogisch niet aan kunnen, wat uitmondt in schreeuwen en schelden. Ook de Nederlandse begeleiders die in sommige gevallen meegaan, vormen een risico. Doordat zij alleen werken en geen ondersteuning of correcties krijgen van collega’s, verslapt hun vermogen de jongeren methodologisch te begeleiden.
Hoewel de kinderen worden geplaatst via erkende Nederlandse zorginstellingen, is er in het buitenland nauwelijks toezicht mogelijk. De Inspectie Jeugdzorg heeft geen bevoegdheid om instellingen over de grens te bezoeken.
Minister Rouvoet kondigde deze week in antwoord op Kamervragen van Marianne Langkamp (SP) aan dat toezicht te gaan verbeteren. In de toekomst zouden zorginstellingen dan bij de inspectie moeten melden welke jongeren zij waar plaatsen, en welke buitenlandse organisatie verantwoordelijk is voor het toezicht.
Het gebrek aan toezicht speelt ook in de particuliere opvang van probleemkinderen binnen Nederland. Iedereen kan zo’n opvang beginnen – de Inspectie Jeugdzorg is niet bevoegd om er controles uit te voeren.
Afgelopen zomer werden ongeveer twintig kinderen weggehaald in twee particuliere opvanghuizen, nadat er ernstige misstanden waren gemeld – het personeel bleek niet geschoold, kinderen liepen weg. Na dat incident bepaalden de provincies, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de jeugdzorg, dat de Bureaus Jeugdzorg geen kinderen meer in particuliere instellingen mochten plaatsen. In november bleek na een inventarisatie dat dit in de praktijk nog wel gebeurde.
Bron: http://www.volkskrant.nl/binnenland/article1343381.ece/Probleemjeugd_uitgebuit_op_buitenlandstage
Geen teruggeleiding van minderjarig kind naar Polen
LJN BL0625, Rechtbank ’s-Gravenhage, FA RK 09-7270 / 346529
Inhoudsindicatie:
Kinderontvoeringszaak. Verzoek vader tot teruggeleiding van de minderjarige naar Polen afgewezen. Geen sprake van kinderontvoering door moeder. Niet voldaan aan artikel 3, in het bijzonder artikel 3 lid 1b HKOV: het gezagsrecht werd niet daadwerkelijk uitgeoefend door de vader.
Hele uitspraak: http://jure.nl/bl0625
Wetsvoorstel over internationale kinderontvoering
Nieuwsbericht | 22-01-2010
De Staat zal niet meer procederen tegen Nederlandse burgers als die een kind naar Nederland ontvoeren. De Centrale autoriteit gaat de buitenlandse partner doorverwijzen naar een advocaat. Dat staat in een wetsvoorstel dat op voorstel van minister Hirsch Ballin voor advies aan de Raad van State wordt gezonden.
De Centrale autoriteit is een onderdeel van het ministerie van Justitie en verantwoordelijk voor de uitvoering van het Haags Kinderontvoeringsverdrag.
Als een Nederlandse burger een kind naar Nederland ontvoert, treedt de Centrale autoriteit nu namens de buitenlandse partner op als procesvertegenwoordiger.
In de nieuwe situatie verwijst de autoriteit de buitenlandse partner door naar een advocaat. Die kan het geschil aan de rechter voorleggen.
Het wetsvoorstel moet tegemoetkomen aan de bezwaren van Nederlandse ouders.
Meer informatie
Geen procesvertegenwoordiging door staat bij internationale kinderontvoering
De ministerraad heeft er op voorstel van minister Hirsch Ballin van Justitie mee ingestemd de procesvertegenwoordigende bevoegdheid van de Centrale autoriteit in zaken van internationale kinderontvoering af te schaffen. Als de wetswijziging in werking treedt, zal de Nederlandse Staat niet langer procederen tegen Nederlandse burgers als er sprake is van internationale kinderontvoering.
In de huidige situatie treedt de Centrale autoriteit (het onderdeel van het ministerie van Justitie dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980) op als procesvertegenwoordiger namens de buitenlandse partner wanneer een kind door de Nederlandse partner naar Nederland is ontvoerd. In de nieuwe situatie zal de Centrale autoriteit de buitenlandse partner doorverwijzen naar een advocaat, zodat deze het geschil aan de rechter kan voorleggen. Overigens zal de Centrale autoriteit er eerst op wijzen dat het in het belang van het kind is dat ouders zelf tot een schikking komen en zal worden doorverwezen naar een mediator.
Met het wetsvoorstel wordt tegemoetgekomen aan de bezwaren van Nederlandse ouders die betrokken waren in teruggeleidingszaken. Hun kritiek richt zich op het feit dat de Centrale autoriteit niet alleen een procesvertegenwoordigende taak heeft, maar ook de verplichting heeft om alle passende maatregelen te nemen om te verzekeren dat het kind vrijwillig wordt teruggegeven of een schikking in der minne wordt bereikt. Dit kan leiden tot verwarring en wantrouwen bij de ouder die het kind (ongeoorloofd) heeft overgebracht of achterhoudt. Daarnaast is het bezwaar geuit dat het feit dat de Centrale autoriteit de verzoekende ouder in rechte vertegenwoordigt, in strijd kan komen met de gelijkwaardigheid van procespartijen. Invoering van het wetsvoorstel betekent dat de uitvoeringspraktijk in Nederland voortaan overeenkomt met de situatie in andere landen die partij zijn bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag.
Andere elementen in het wetsvoorstel zijn de concentratie van rechtspraak in teruggeleidingszaken, het beperken van de mogelijkheid tot het instellen van cassatieberoep tegen teruggeleidingsbeslissingen tot cassatie in het belang der wet en de verlening van de bevoegdheid aan de rechter om te beslissen dat de tenuitvoerlegging van de beslissing van de rechtbank tot teruggeleiding wordt geschorst door het hiertegen instellen van hoger beroep.
Met de concentratie van kinderontvoeringszaken bij de rechtbank ’s-Gravenhage en het gerechtshof ’s‑Gravenhage wordt opbouw van expertise en bundeling van kennis en contacten beoogd. Dit komt de snelheid en de kwaliteit van de rechtspraak ten goede. De beperking van het cassatieberoep is erop gericht de teruggeleidingsprocedure te bespoedigen zodat de vóór de kinderontvoering bestaande situatie zo snel mogelijk wordt hersteld. Met de verlening van de bevoegdheid aan de rechter om te beslissen dat de tenuitvoerlegging van het besluit tot teruggeleiding wordt geschorst tot na het hoger beroep, wordt de reeds bestaande praktijk geformaliseerd waarin de rechter zijn uitspraak zo inricht dat de terugkeer van een minderjarige plaatsvindt na een eventueel hoger beroep in Nederland.
De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State zal worden gezonden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.
Bron: http://bit.ly/6H3h1t
-
Archief
- februari 2010 (5)
- januari 2010 (19)
- december 2009 (8)
- november 2009 (14)
- oktober 2009 (5)
- september 2009 (11)
- augustus 2009 (1)
- juli 2009 (4)
- juni 2009 (21)
- mei 2009 (4)
- april 2009 (2)
- maart 2009 (1)
-
Categories
-
RSS
Berichten RSS
RSS met reacties

